Vanochtend raadpleegden we de weersvoorspelling en was de prognose voor vandaag: 55 millimeter regen. Dat is krankzinnig veel: bijna evenveel als er in Nederland gemiddeld in een maand valt. Ai.

Wat nu? Dagje ‘thuisblijven’, in afwachting van het voorziene zonnige weer de komende dagen? Maar ja, we zaten in een onbetekenend stadje, in het minst prettige hotel tot nu toe. En, ook niet onbelangrijk, we hadden gisteren al een hotel geboekt tachtig kilometer verderop, met vijf procent korting voor ‘niet-terugbetaalbaar’. Tja.
Regendans
Ook al zou het dan ideaal museumweer kunnen worden, dan heb je wel een beetje aardig museum nodig om heen te kunnen gaan. Of toch maar tussen buien door proberen te fietsen? Even op buienradar kijken: hee, dat geeft een compleet ander beeld. Dieprode vlekken waar zware buien vallen, maar de regio waar wij nu zijn zou toch best eens de regendans kunnen ontspringen. Toch maar erop wagen dan? Ja!
Zwarte verten
En ja: het bleef niet volledig droog vandaag. Maar meer dan een uurtje motregen met tegenwind werd het niet. Alle verschrikkelijk dreigende zwarte luchten die we in de ochtend steeds in verten konden zien, die bleven in de verten.

En tot onze grote verbijstering werd het ’s middags gewoon lekker fietsweer! Twintig graden, schraal zonnetje erbij, en een tijdje zelfs zoveel rugwind dat onze tellers moeiteloos 29 km/u noteerden.
Beschaafd
Onderweg zagen we voor het eerst apen: makaken, om precies te zijn. Ze zaten ook op het fietspad.

Het leek Henk daarom verstandig om met een beschaafd belsignaal de apen op onze komst te attenderen. Gelukkig liep dat toch goed af. Eén aap keek om naar Henk en toonde zich ernstig verstoord door het belgeklingel. Hij leek zich gereed te maken om Henk eens duidelijk te laten weten dat een beetje makaak zich niet laat commanderen door een fietsbel. Maar het bleef gelukkig bij deze boze blik. Stadsmakaken zijn kennelijk meer gewend aan stug doorrijdende fietsers, dan aan fietsbellen.
Latijns
We zien langs de weg en op gevels veel opschriften in de 26 letters van ons Latijns schrift. We zijn er nog niet achter waarom men dat doet: is het toch handiger dan Japans schrift? Of is het vooral een hip modeverschijnsel? Wel weten we inmiddels dat het geschreven Japans gebaseerd is op maar liefst drie eigen ‘alfabetten’. Ten eerste de ‘Chinese tekens’. Dat zijn letterlijk Chinese tekens, lang geleden overgenomen uit China. In de loop der eeuwen is zijn het geschreven Chinees en Japans wel wat veranderd ten opzichte van elkaar, maar ze kunnen nog steeds elkaars schrift lezen en begrijpen. Overigens zijn het gesproken Chinees en Japans wel totaal verschillende talen, men verstaat geen woord van elkaar.
Fonetisch
In Japan vinden ze die Japans-/Chinese tekens voor jonge kinderen nog een beetje te moeilijk. Daarom beginnen kinderen op school met een fonetisch schrift van 46 tekens. Later komen de moeilijke tekens dan nog. Verder kent Japan nog een alfabet om woorden te kunnen maken waarvoor geen teken is, zoals eigennamen. Alle drie deze alfabetten worden ook nog vaak door elkaar gebruikt in teksten. Ach, dus zo’n 26-letter-alfabetje uit Europa kan er best nog gezellig even bij.
Foto’s van de dag

Japanse Makaak.

Henk neemt een tas van Ageeth over op de helling.

Ook vandaag weer prachtige fietspaden.

Begraafplaats met mooie ligging.






Ernstig dreigende luchten, maar nauwelijks neerslag!






Agrariër bewerkt zijn rijstveldje.


Aangekomst in Nagoya.

Veiligste stads-nacht-plek voor de fietsen: op de hotelkamer.

Dag 17: 81 km van Hikone naar Nagoya (en zo’n 400 hoogtemeters).

Ik volg jullie verhalen dagelijks en geniet mee, mooi land maar ik ben blij dat ik in mijn luie stoel mag meegenieten
Indrukwekkende wolkenpartijen, wat doen die vlaggetjes achter Ageeth, die uitleg van een constructie, heel apart, roept vragen op, en vnl genieten wij mee…Superwoman, man…